Maar Samuel diende voor het aangezicht van de Heere. Hij was een jongen, gekleed in een linnen priesterhemd. 1 Samuel 2:18
Deze zin viel me op en raakte mij. De jonge Samuel was apart gezet. Op een hemelse manier ontvangen uit twee mensen die van elkaar hielden en die God vreesde. Uit een moeder die lange tijd geen kinderen kon krijgen. De geboorte van Samuel stond voor doorbraak, een antwoord op gebed. Hét teken dat God ziet. Dit was Zijn moeder zoveel waard dat ze God een belofte deed. Hij werd door haar teruggegeven aan God. Op het moment dat Samuel oud genoeg was, waarschijnlijk rond de 3 á 4 jaar, werd hij door zijn moeder naar de tempel gebracht om daar te dienen.
Samuel omarmde (bewust of onbewust?) die bestemming in de tempel. Hij diende met een oprecht hart de Heer. Niet met een standaard tegenzin of omdat dit nu eenmaal zijn lot was. Nee, hij was oprecht en groeide daarmee in aanzien en gunst bij God en bij de mensen om hem heen
Hij was een jongen, gekleed in een linnen priesterhemd.
Een gewone, eenvoudige jongen. Uit een gezin met niet per se veel aanzien. Maar met een moeder die trouw was aan God. Die jaarlijks een bovenkleed maakte en dat aan hem gaf. Een moeder die aan hem dacht en voor hem bad. Een eenvoudige jongen, gekleed in een priesterhemd.
Gebed
Vader, leer mij om op deze manier in het leven te staan.
U te dienen daar waar ik kom. In en vanuit Uw aanwezigheid.
Met een oprecht en puur hart naar U en de mensen om mij heen.
Te doen wat mijn hand vindt om te doen, tot eer en Glorie van Uw naam.
Een eenvoudig mens, gekleed in Uw Glorie.